We ontvangen de laatse tijd veel verzoeken om informatie over arbeidsreintegratie,
of te wel 'weer aan het werk'voor mensen met n.a.h.
Het maakt vaak niet uit of het gaat om voor het eerst aan het werk gaan of weer
opnieuw (na het oplopen van n.a.h.) aan de slag gaan.
Iemand met n.a.h. heeft vaak inmiddels heel andere kwaliteiten dan voor het
ongeval/ziekte, daardoor zal het lang niet altijd mogelijk zijn ongewijzigd
in de zelfde werkomgeving terug te keren.
Vaak zijn hier toch wel aanknopingspunten.
Daarbij is het van het uiterste belang dat niet alleen degene zelf, maar ook
z'n arbeidsomgeving terdege voorbereid wordt.
De teruggekeerde lijkt de oude, of probeert dat (op geforceerde wijze) te zijn.
Laten we het voorbeeld nemen van een vertegenwoordiger, die gedeeltelijk op
kantoor werkt, gedeeltelijk bij klanten langs gaat. Hij heeft nog steeds een
vlotte babbel.
Gaat 's morgens aan de slag, belt de eerste afnemer. Rond het gesprek af en
en belt een uur later dezelfde klant over hetzelfde onderwerp. De eerste keer
kun je je daar nog wel met een grap van afmaken (verstrooid) maar als dat telkens
gebeurd heb je een probleem.
Er belt een klant op dat een bepaalde order niet binnengekomen is.
De vertegenwoordiger belt het magazijn en vraagt hoe dat zit. De magazijnbediende
weet van geen order.
De vertegenwoordiger valt verschrikkelijk uit en scheldt de man de huid vol.
Later blijkt dat hij zelf de order niet door had gegeven. Vroeger zou hij zo
iets taktvol en in overleg opgelost hebben.
Hij gaat ook per auto bij de klanten langs.
Binnen een maand heeft hij twee keer een ongeluk veroorzaakt. Beide keren een
auto van rechts die hij niet gezien heeft. Hij wordt verschrikkelijk kwaad en
beweert bij hoog en bij laag dat er geen tegenligger was tot het moment dat
hij er op botste. Tijdens een routine onderzoek bij de oogarts blijkt hij een
neglect te hebben, waardoor alles van rechts zich pas aanmeldt als het te laat
is.
Na twee maanden zit onze vertegenwoordiger weer thuis en vraagt zich af wat er in hemelsnaam fout is gegaan. Aan z'n vrouw kan hij het niet meer vragen, want die is overspannen vertrokken.
Veel mensen met n.a.h. hebben geheugenproblemen. Het vraagt een hele organisatie
daar aan tegemoet te komen.
De vertegenwoordiger kan bijvoorbeeld 's morgens een lijst maken met de klanten,
die hij van plan is te bellen. Schrijf boven aan die lijst met koeieletters
"AFVINKEN !!!".
De eerste tijd moet er misschien wel iemand in de gaten houden of hij de lijst
ook echt bijwerkt als hij een gesprek beeindigd heeft.
De magazijnbediende zal moeten weten dat de woede-uitbarsting van iemand met
n.a.h. misschien wel vervelend is maar niet persoonlijk opgevat moet worden.
De vertegenwoordiger raakt als het ware "buiten zichzelf" van woede
en zal dat misschien niet onder controle krijgen omdat het gebeurt voor hij
er erg in heeft.
Een neglect kun je niet met een bril verhelpen omdat het niet aan je ogen maar
aan de verwerking binnen je hersenen ligt. De vertegenwoordiger zal misschien
alleen nog binnendienst kunnen verrichten.
Uit bovenstaande blijkt dat sommige dingen op te vangen zijn met een goede
organisatie (lijst afvinken), andere door rekening te houden met onvermogen
(woede-uitbarstingen) en soms kan iets gewoon niet meer (buitendienst).
Als met deze omstandigheden rekening wordt gehouden kan onze vertegenwoordiger
misschien nog best aardige deals maken en blijkt opeens ook nog geweldige zin
in sport te hebben, zodat hij binnen de kortste keren in het bedrijfsvoetbal-elftal
zit (moet hij dan links- of rechtsback spelen en wat moet de scheidsrechter
van te voren weten ? ).
Soms zal iemand ander werkt moeten zoeken.
Op het arbeidsbureau weten ze van niks. Je wordt ingeschreven en er worden relevante
funkties gezocht. Hooguit staat er een opmerking in het dossier: "heeft
CVA gehad". De volgende die het dossier leest, vraagt zich af waar die
CV dan gebleven is.
Beter ben je in dit opzicht af als je langs de keuringsarts van de ziektewet
en wao/aaw bent geweest, hoewel ook daarover gruwelverhalen de ronde doen. Deze
mensen behoren in ieder geval te weten tegen wat voor beperkingen mensen met
n.a.h aanlopen en kunnen daarmee rekening houden.
Beroepskeuze-tests hebben geen zin. Als iemand iets wel kan, maar het zich niet
kan herinneren heb je al een probleem. Mensen met n.a.h zijn zelf vaak meesters
in het verhullen van hun beperkingen ("gewoon meelullen, moet je eens zien
hoe ver je daarmee komt") of onderkennen hun problematiek helemaal niet.
Standaard vragenlijsten met meerkeuzetoetsen kun je dus wel vergeten.
Gesprekken moeten er gevoerd worden. Met de betrokkene zelf, maar ook met z'n
omgeving, z'n vorige werkkring.
Medische dossiers met relevante in begrijpelijke taal gestelde diagnoses en
verwachtingen moeten geraadpleegd kunnen worden.
Het gaat erom grip te krijgen op iemands levensloop en de plaats die het ongeluk/de
ziekte daarin heeft.
Dat we iets niet kunnen verklaren of dat het schijnbaar alleen negatieve gevolgen
heeft, wil nog niet zeggen dat het niet zinvol kan zijn.
Verder is het van belang wat iemand wil.
Als hij niks lijkt te willen, kan dat zijn omdat hij geen overzicht meer heeft
of omdat hij ontmoedigd is of faalangst heeft. Vaak is er ondersteunende therapie
nodig om iemand in beweging te krijgen. Veel mensen met n.a.h. 'zitten vast'
of 'zijn stukgelopen'. Hoeveel mensen met n.a.h. ondervinden niet ook op fysiek
nivo beperkingen van hun bewegingsapparaat.
Maar willen is meer dan 'weten wat je wil'.
Wederom kan iemands biografie daarbij behulpzaam zijn. Waar is hij vroeger tegenaangelopen,
wat waren z'n opgaven, z'n uitdagingen ?
Verder is belangrijk wat iemand kan. Iemand in een rolstoel zal geen postbode
worden.
Waar liggen de beperkingen en wat zijn de mogelijkheden ?
En dan is er nog de arbeidsmarkt. Op het moment dat dit geschreven wordt (maart 2003) zitten er een miljoen mensen in de wao en zijn er een paar honderdduizend werkeloos. En de vooruitzichten zijn somber.
Misschien is betaald werk dus niet direkt voor handen. Maar ieder mens heeft
unieke vermogens, waarmee hij een ander van dienst kan zijn. Denk aan de franse
hoofd-redakteur van het blad Elle met een "locked-in-syndroom", die
enkel nog met de ogen kon knipperen en verder verlamd was.
Door via een oogknippertaal met z'n omgeving te communiceren wist hij zijn situatie
middels een zo gedikteerd boek duidelijk te maken, wat een waardevol dokument
opleverde (Jean Dominique Bauby,Vlinders in een duikerspak /isdn nr 9058310078).
Ron Biesot
p.s
n.a.h. = niet-aangeboren hersenletsel
waar hij staat gelieve men hij/zij te lezen