De man met een kogel in zijn hoofd is het verhaal van Ljova Zasetski, die tijdens de Tweede Wereldoorlog een kogel in zijn hoofd kreeg. Belangrijke hersenfuncties werden daardoor voorgoed verstoord en van zijn verleden kon hij zich haast niets meer herinneren; hij kon niet eens meer lezen. Alleen de wil om zijn verloren wereld te hervinden en zich zo opnieuw een plaats in de toekomst te veroveren was ervoor in de plaats gekomen.
In 'De man met een kogel in zijn hoofd' worden Zasetski's pogingen beschreven om zijn talloze handicaps (waaronder evenwichtsstoornissen, taalmoeilijkheden, moeite met zien en horen) te overwinnen en zoveel mogelijk van wat er verloren was gegaan terug te krijgen, Vijfentwintig jaar lang hield Zasetski een dagboek bij dat hij moeizaam, zin voor zin, moest samenstellen.
Dat dagboek vormt de basis voor dit boek. A. R. Lurija (1901-1979), een van de grondleggers van de neuropsychologie, had Zasetski jarenlang als patient. Met dit boek wilde hij een belangrijke traditie in de geneeskunde doen herleven: de klinische vertelling, het verhaal van de patient aan zijn dokter. Aan de hand van passages uit Zasetski's dagboek zet Larija uiteen hoe de hersenen werken, en wat er in dit geval, met deze patient, was misgegaan. Maar de held van het boek, Zasetski, is volgens Lurija de enige echte auteur van 'De man met een kogel in zijn hoofd'. Het verhaal van Ljova Zasetski bewijst dat de geschiedenis van een hersenletsel zoveel tragiek en ontroering bieden kan dat de lezer er met gemak een boek lang door geboeid kan blijven.
Niet voor niets inspireerde dit boek de Nederlandse filmmaker Erik van Zuylen tot de film Zjoek, en schreef Oliver Sacks: 'In het werk van Lurija wordt wetenschap poezie.'
Dit boek is uit het Russisch vertaald en, in tegenstelling tot de Engelse vertaling, niet bewerkt. Daarmee is dit klassieke werk op het gebied van de neuropsychologie nu voor het eerst in zijn geheel voor de Nederlandse lezer toegankelijk gemaakt.