Overzicht

PRAKTIJKONDERZOEK

EURYTHMIE THERAPIE

Bij

NIET AANGEBOREN HERSENLETSEL

Door F. de Koster-van der Voet

 

 

Het ontstaan en de doelstelling van deze studie

Enige jaren geleden kreeg ik in mijn praktijk voor eurythmie-therapie een jongen van 13 jaar in behandeling, die door een aanrijding met een vrachtauto hersenletsel had opgelopen. De motorische schade was in de revalidatie heel goed behandeld en er was eigenlijk maar heel weinig van over. Het grote probleem was het gezichtsvermogen. Wanneer hij zijn hoofd in een normale stand hield, zag hij alles dubbel en soms licht bewegend, wanneer hij zijn hoofd helemaal naar een kant boog, ongeveer met zijn oor op zijn schouder, kon hij lezen en schrijven.
Dat was natuurlijk geen houding om vol te houden. Alle mogelijke brillen brachten geen oplossing en zo kwam hij via kennissen en een bevriende arts het laatste redmiddel proberen. Hij woonde meer dan een uur rijden van mijn praktijk en zijn vader bracht hem trouw een maal in de week. We hebben heel intensief geoefend, elke week ook een oefening die thuis gedaan moest, minimaal vier maal per week. En het resultaat was dat hij na een half jaar trouw oefenen weer gewoon recht vooruit alles normaal zien kon. Hij zit nu in vijf VWO dus bij heeft zijn ogen veel nodig.

Korte tijd daarna kwam er iemand met rugklachten, die ook hersenletsel bleek te hebben, al 18 jaar en daardoor nog steeds evenwichtsproblemen had en langzaam was in haar bewegingen. Hoewel zij volhield dat daar na zo lange tijd niets meer aan te doen was, zijn we toch aan het evenwicht gaan werken, wat de rugklachten verminderde en het resultaat op leverde dat ze weer zonder de leuning vast te houden de trap af kon en zich te midden van veel mensen weer vrij kon bewegen. Dit alles wekte mijn interesse omdat het ook voor mij nieuw was, dat zo lang bestaande klachten nog ten dele verholpen konden worden. Het resultaat van mijn beroeps-nieuwsgierigheid is deze studie, die niet de pretentie heeft een wetenschappelijke studie te zijn, maar puur een praktijk-onderzoek.

De doelstelling was: te ontdekken of er ook lange tijd na een ongeval of ander hersenletsel door het oefenen van eurythmie therapie nog verbeteringen mogelijk zijn.

 

Wat is eurythmie therapie

De eurythmie therapie is een bewegingstherapie die door Rudolf Steiner in 1921 in samenwerking met een aantal artsen uit de kunst-eurythmie is ontwikkeld. In de eurythmie-therapie (heil-eurythmie) gaan we uit van een holistisch mensbeeld. In de praktijk komt het er op neer dat we van vier verschillende mogelijkheden van het menselijk leven en doen uitgaan.

1 de puur fysieke, de mechanica van het bewegen in skelet en spieren etc.

2 de levende beweging, opbouw, afbraak, doorademing, doorbloeding, doorwarming etc. Alles wat met het fysiologisch functioneren te maken heeft.

3. De stemming- en gevoelsmens, die alles wat hij doet kleurt en van kwaliteit voorziet. Hoe anders is een gebaar wat ik met aandacht maak, dan uit woede.... etc.

4. De richtende en sturende wil, die vooruit kan zien naar het resultaat dat hij uiteindelijk wil bereiken, ook al kan het nog jaren duren. De wilsmens, die vrij zijn eigen doel kiest en de andere drie 'bestuurt'.

Deze vier komen het duidelijkst en het meest verbonden tot uiting in de menselijke spraak en op een andere manier ook in het muzikale. De zingende en de sprekende mens, zijn dan ook de basis van de eurythmie, waar telkens weer, net als bij het spreken de mens zich verbindt met de wereld om hem heen, of zich weer in zichzelf terugtrekt. In de therapie houden we ons dan voornamelijk bezig met de grond elementen van de taal of de muziek. D.w.z. de klinkers en de medeklinkers, die in alle talen van de wereld voorkomen, waarvan de spraak beweging correspondeert met een of meer bewegingen van het menselijk organisme. Bijv. U kunt op de hele wereld als u iets moois ziet "Ah" zeggen , dat begrijpt iedereen in elke taal en dat, als gebaar naar de armen of benen vertaalt, ook voor ieder die het doet begrijpelijk is.

In de praktijk kiezen we, al naar gelang het probleem dat we behandelen, een paar gebaren die daarmee samenhangen, en die worden lopend, zittend, of liggend al naar gelang de mogelijkheden, met armen en benen geoefend en vaak herhaald. We geven als het ware een voorbeeld van hoe het moet en moedigen de wilsmens aan zich met de organische processen te verbinden.

Dit, in het kort, is waar het op aankomt. Voor meer informatie zijn er altijd workshops en informatieve gesprekken of kennismakingsbijeenkomsten mogelijk.

Overzicht van behandelde personen en hun specifieke problemen

Afgezien van de eerste twee in de inleiding genoemde personen deden 32 mensen mee aan het onderzoek.

Waarvan 15 vrouwen en 17 mannen. De leeftijd varieerde van 13 tot 81 jaar. Het merendeel , 21, tussen de 20 en de 60, 3 jonger dan 20, en 8 veel ouder, allen boven de 70.

Ik heb mij in het werk gericht op 4 hoofddoelen: 1 motoriek 2 evenwichtsstoornissen 3 geheugen 4 algemeen welbevinden

Heel opvallend was, dat alle behandelde personen een lichte tot zware motorische storing hadden, en bijna iedereen een verminderd evenwichtsgevoel of een duidelijke evenwichtsstoornis. Slechts twee hadden dat niet. Over lichte of ernstige geheugenstoornis klaagden 13 personen. Algemeen welbevinden was bij iedereen verminderd of nauwelijks te constateren.

10 personen waren wegens zeer ernstige klachten opgenomen in een afdeling voor NAH, 6 op de Willem Arntzhoeve in den Dolder en 4 in de janskliniek in Haarlem Alles opnamen voor meer dan 2 jaar of blijvend.

5 personen deden de oefeningen in een rolstoel, 4 liepen alleen met rollator.

Behalve de genoemde, waren er nog twee met aphasie maar die wil ik verder niet bespreken, omdat dat zo'n apart probleem is, dat het niet in het kader van deze praktijk-studie past.

Algemene beschrijving van de therapie en een uitgebreide casus beschrijving

Bijna elke therapie-sessie, die ik in dit kader gedaan heb, begon met ontspannen. Het vrij bewegen is daarvan afhankelijk en de verkramping, mentaal en/of fysiek was overal aanwezig. Waar mensen niet, of maar halfzijdig, zelf konden bewegen. heb ik altijd de beweging eerst voorgedaan en dan meegeholpen om het door de ledematen heen toch voelbaar te maken. Het zien van de beweging helpt dan bij het vormen van de voorstelling, die nog eens versterkt wordt door een besproken beeld. Bijv. bij samentrekken en weer uitbreiden het beeld van eb en vloed. Dat geeft de rust van de beweging aan en tegelijkertijd de doorgaande beweging waar het in de eurythmie op aan komt. Het tweede element dat bij bijna alle behandelingen aan de orde kwam was ritme . Een activerend ritme, dat met een of meer korte begint en naar een lange toewerkt, bijv. kort kort lang, of een meer rustgevend uitademend ritme dat met lang begint en in kort uitloopt. Lang, kort, kort. Dat kan lopend gedaan, zittend met armen bewegend of met de benen op de grond, of op elke andere mogelijke manier.

Bij de motorische- en evenwichts problemen komen dan enkele specifieke klank-bewegingen aan de orde.

Daarbij gaat het om drie dingen:

1. Heel duidelijk een voorstelling (beeld) van de beweging vormen .
2. De beweging maken met zoveel mogelijk verschil tussen de momenten van spanning en ontspanning, die daarin optreden.
3. De beweging even laten naklinken, zodat er nooit een draaimolen effect ontstaat.

De beelden voor de medeklinker-bewegingen zijn makkelijk terug te vinden in de levende natuur om ons heen. De wind, die met de takken van een boom speelt, R, de groei en het verwelken van een plant, L, etc. Daardoor wordt de beweging levend en gevarieerd in zichzelf, want de levende natuur herhaalt zich wel, maar is nooit precies gelijk. De klinkers sluiten direct aan bij een herkenbaar gevoel, al genoemd is de letter A, bij iets wat mooi is of verrast, een ander herkenbaar voorbeeld is de letter 0. 0 ja, zo is dat. Een begrijpen van iets, zodat het eigen wordt, enz.

Bij het doen komt het echt op veel oefenen aan. Waar kan ik de beweging aanzetten en hoe, waar loopt hij dan als vanzelf door en hoe laat ik dat gebeuren.

De derde fase is noodzakelijk, omdat elke beweging een nieuwe inzet vraagt en er dus een duidelijk moment van rust tussen twee bewegingen moet zijn. Of wanneer we zover zijn dat een paar verschillende bewegingen achter elkaar
gedaan kunnen worden, moet er een duidelijk moment van loslaten van de eerste zijn om de aanzet voor de volgende te kunnen maken. Rustig bewegen is een voorwaarde voor het samengaan van voorstelling en beweging, want juist bij hersenletsel is de verbinding tussen die twee vaak moeizaam. Of door een gevoel van onmacht wordt er geprobeerd iets heel snel te doen waardoor het dan al helemaal niet lukt.

Een voorbeeld casus

Een jonge vrouw van 32 jaar, door een ongeval halfzijdig verlamd. gezichtsvermogen van één oog zo goed als verloren. Rolstoel gebonden.

Het grote probleem was het evenwicht, bij elke grotere beweging van de goede kant viel ze of voorover of naar de andere kant. Ook de spraak was zeer moeizaam.

Ze was een uitgesproken wilsmens, even rustig kijken was er nauwelijks bij, ze wilde alles meteen doen met alle kracht die ze had.
We zijn dus begonnen met een beweging te zien, en dan moest ze zich voorstellen dat ze die beweging maakte, eerst met de rechter, dan met de linker arm. Pas daarna deden we de beweging, zij zelf met de goede arm en ik met de verlamde kant, altijd om en om. Daarna richtten we ons op het midden, door middel van een oefening met een koperen bal. Een koperen bal ligt goed in de hand door zijn zwaarte, en wordt in het doen prettig warm. We hielden de bal in twee handen, de goede hand droeg de bal en de andere lag er bovenop, en zo probeerden we een liggende acht te maken, met het kruispunt precies in het midden.
Dat was lastig en de eerste keren moest ik daarbij helpen. Gelukkig had ze thuis iemand die met haar mee wilde oefenen en die ook bij elke therapie sessie aanwezig was.

Daarna zijn we overgegaan op klankgebaren ook telkens eerst kijken, dan met de goede arm doen, dan de slechte, en later samen. Dat samen was heel moeilijk want ook al werd hij bewogen, de slechte arm was altijd langzamer dan de goede kon, en de bedoeling was samen blijven... Na enige keren hebben we een paar oefeningen ook met de benen gedaan, volgens hetzelfde principe, eerst de goede kant daarna de andere. Eerst moest ik beide benen helpen, maar na een aantal weken kon ze het aan de goede kant echt zelf.

Het thuis oefenen ging prima en ze merkte van alles, minder omkiepen, vrijer in de beweging met haar bruikbare arm en hand. Geen kramp meer 's nachts in haar been en tenslotte zonder de spalk slapen.

We hebben nog een paar oefeningen voor de beweeglijkheid van de vingers gedaan, en de liggende acht ook met de schouders, maar dan natuurlijk door iemand geleid, die achter haar stond. Ze kon zelf de eerste helft, maar bij de tweede had ze de neiging voorover te vallen. Pas de laatste sessie lukte het om dat een keer helemaal alleen te doen.

We hebben halverwege een paar ruimte oefeningen extra gedaan, waarbij de voornaamste een pentagram-oefening was. Eerst probeerden we hoofd, rechtervoet, linkerarm, rechterarm en linkervoet, zo te organiseren (met hulp)
dat de punten van een regelmatige vijfhoek eraan beleefd konden worden. Vervolgens tekenden we met de goede arm een vijf ster vanaf het hoofd langs de diagonalen, waarbij we veel aandacht aan het vrije midden hebben gegeven.

Ze is tijdens de eurythmie therapie (de enige therapie in die tijd) erg vooruit gegaan, ze kan in haar aangepaste woning weer alleen opstaan etc. Ze kookt weer zelf, en zit mooi rechtop in de rolstoel.

De klank gebaren waarmee we het meest gewerkt hebben, zijn L, die een sterk symmetrisch karakter heeft en na een zware aanzet licht wordt. M een stromend gebaar, waarbij de beweging tot in de vingers moet worden doorgevoerd en S een bewegelijke stroom met veel vorm., als een rivier, die door het land meandert. Van de klinkers voornamelijk de I en de OE en in mindere mate ook de A en de 0.

 

Resultaten

De drie jongsten hebben alle drie duidelijke motorische vorderingen gemaakt. Niet alleen door mij maar ook door de omgeving geconstateerd.

Bij de ouderen, 60 +, was het voornamelijk het algemeen welbevinden en het evenwicht waar we aan gewerkt hebben. Ook daar zijn bij vijf van de acht constateerbare vorderingen gemaakt, ook al waren die vaak klein. Bijv. makkelijker van richting veranderen Vrijer achter de rollator lopen, makkelijker iets pakken of neerzetten.

Van de grote middengroep zijn er drie afgevallen, voor een was de reis te ver, de 2e moest met haar ouders naar het Noorden verhuizen en de derde heeft als enige afgehaakt omdat ze niet meer gemotiveerd was.

Motorisch ging het met deze groep redelijk goed. Ook heeft een groot aantal, 14, geconstateerd dat ze zich beter konden concentreren na het doen van de oefeningen.

Het geheugen is zonder twijfel het moeilijkste om aan te pakken, dat vraagt behalve bewegingoefeningen ook het doen van meer cognitief gerichte oefeningen, een vijftal dat één voor één enkele weken, liefst dagelijks, geoefend moet worden. Met de oudste groep is verbeteren van het geheugen op deze manier niet haalbaar, helaas. De concentratie verbeteren lukte wel bij een aantal (3). Bij de anderen, die zelf of samen met iemand anders konden oefenen waren er dr ie opvallende verbeteringen, 2 wel duidelijk iets beter.

Van de 32 personen die hebben meegedaan zijn er dus 5 spectaculaire successen, 4 met nauwelijks merkbaar resultaat. Van de overigen, de oudsten met een klein resultaat in algemeen welbevinden, de middengroep met een duidelijke kleine of grotere verbetering, dus ook voor de omgeving constateerbaar. Dit laatste was mijn enige mogelijkheid om de resultaten te controleren. Wat er in de therapie gebeurde was bijna altijd goed, maar of het daarbuiten merkbaar was, niet alleen voor de persoon zelf maar ook voor buitenstaanders was voor mij, indien mogelijk het doorslaggevende 'bewijs' van verbetering.

 

Bij een terugblik op het werken met mensen niet NAH zijn er twee in het oog springende problemen.

1 De neiging tot verstarring in denken en doen, die bijna dwangmatig kan worden.

2 De mogelijkheid voor de persoon-zelf om met iemand of alleen te kunnen oefenen.

Het laatste is noodzakelijk bij geheugen oefeningen en oefeningen voor de motoriek als de letselschade groot is. Wanneer het alleen om het evenwicht ging, was het binnen mijn beperkte ervaring makkelijker voor mensen om zelf te oefenen, ook bij zware letselschade.

Ook verbetering van concentratie konden mensen makkelijk zelf oefenen.

Het algemeen welbevinden was helemaal afhankelijk van hoe het in de therapie sessies ging en het was prettig om te merken, dat op twee personen na, iedereen zich tijdens het doen van de eurythmie oefeningen prettig voelde.

Conclusie: Het doen van eurythmie therapie bij mensen met NAH is dus zeker aan te raden, ook
als de schade reeds lange tijd bestaat. Als bij elke therapie valt er geen resultaat te garanderen en het één heeft langer tijd nodig dan het ander, maar het is zeker de poging waard.

Een prettige bijzonderheid is dat er zich inmiddels nog zes mensen gemeld hebben, die via anderen van dit onderzoek gehoord hebben. Ook voor de mensen zelf heeft het dus zoveel zin gehad, dat ze het aanbevelen.. ..


Begin| Brainstorm | NAH | Organisaties | Aanpak | Literatuur | Links | Diversen | ABC |