De woonvorm "De Mantelmeeuw" bestaat momenteel vijf jaar. Vanaf het begin hebben we gewerkt met een specifieke afdeling voor mensen met een niet aangeboren hersenletsel (NAH).
De motieven voor een specifieke afdeling waren kortweg:
In de vijf jaar dat "De Mantelmeeuw" nu bestaat hebben we met name de vijfde aanname drastisch bij moeten stellen. We hebben gemerkt dat mensen met NAH in staat zijn zich te ontwikkelen, mits er aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. Een en ander houdt in dat onze huidige clienten momenteel op een keerpunt staan : "De Mantelmeeuw" is voor hen op dit moment niet meer de meest voor de hand liggende woonvoorziening.
Concreet :
Eén en ander betekent dat niet alleen onze clienten op een keerpunt staan, maar ook wij als voorziening. De vraag waarvoor wij ons geplaatst zien luidt: welke functie kan de eerste etage van "De Mantelmeeuw" vervullen in de ondersteuning van mensen met NAH. Gezien de wijze waarop de eerste etage de laatste jaren daadwerkelijk heeft gefunctioneerd is het antwoord op die vraag simpel:
Wij willen een trainingsmodel gaan realiseren. De eerste etage van "De Mantelmeeuw" moet een voorziening worden waar mensen met NAH gebruik van maken die op het punt staan het revalidatiecentrum te verlaten (of die sinds kort het revalidatiecentrum verlaten hebben) en die nog onvoldoende zicht hebben op mogelijkheden en wensen t.a.v. de nabije toekomst. Immers : oude toekomstplannen en dromen zijn vaak in duigen gevallen en om nieuwe realistische plannen te maken, wordt vaak een goed inzicht in de nieuwe eigen situatie ( met andere mogelijkheden en onmogelijkheden) gemist. Vaak hebben deze mensen wat meer tijd nodig om te ontdekken wie ze nu (geworden) zijn, wat ze (nog) kunnen en wat ze (nu) willen. In het op te zetten trainingsmodel willen we deze mensen die tijd geven, en hen ondersteunen bij het zoeken naar antwoorden.
Het profiel van de client is dan: een persoon met niet aangeboren hersenletsel die de revalidatie periode heeft afgerond, die nog niet duidelijk op een rijtje heeft hoe het nu verder moet, die tijd en ondersteuning nodig heeft om de vragen waarvoor hij zich gesteld ziet te beantwoorden, en die perspectief heeft op resocialisatie.
In onze opvatting zal een client maximaal drie jaar gebruik mogen maken van "DeÿMantelmeeuw". Na die drie jaar zal een andere manier van wonen gerealiseerd moeten zijn.
Tijdens de trainingsfase zal aan bod moeten komen:
Immers, een ernstig hersenletsel heeft ingrijpende gevolgen op al deze terreinen. Ten vierde zal tijdens de trainingsfase ook aandacht moeten zijn voor de fysiologische kant van de hulpvraag. Deze vier componenten zullen in de volgende hoofdstukken nader uitgewerkt worden. Daarbij zullen we beginnen met en zal het accent liggen op het wonen en het sociale netwerk. Immers, dat zal het werkgebied van "De Mantelmeeuw" worden.
Zoals gesteld in de inleiding is het doel van het trainingsmodel: mensen met NAH na de revalidatieperiode de tijd geven om een antwoord te vinden op de vraag hoe nu verder en hen bij het beantwoorden van die vraag te ondersteunen. Ieder individuele client zal op zoek moeten naar een zinvolle invulling, naar een nieuw bestaan binnen onze samenleving. Hoe het individuele antwoord er uit zal zien zal o.a. afhangen van:
Bij het werken met mensen met NAH ligt de nadruk dus sterk op het individu. Steeds opnieuw zal per client bekeken moeten worden wat het vertrekpunt is, wat het individuele doel is, en op welke wijze dat doel het beste bereikt kan worden. In die zin zal er steeds voor iedere individuele client een eigen trainingsmodel geformuleerd moeten worden. Desalniettemin is het mogelijk het onder te verdelen in een zestal fasen. Hieronder zullen die verschillende fasen besproken worden. Op die manier willen we het trainingsmodel handen en voeten geven.
In deze fase zijn drie aspecten van groot belang:
Doel is om aan het eind van de oriëntatiefase een goed beeld te hebben van sterke en zwakke punten van de client en zijn omgeving. Aan het eind van de orientatiefase ( na ongeveer drie maanden ) zullen in onderling overleg tussen het team (de persoonlijk begeleider) en de client (en verwanten) voorlopige werkdoelen vastgesteld moeten worden.
Het doel van deze fase is dat de client de aan het eind van de oriëntatiefase gestelde doelen zoveel mogelijk benadert. De doelstellingen kunnen liggen op het gebied van:
Het is aannemelijk dat de client zichzelf meerdere doelen stelt, dat hij doelen stelt die niet (meer) passen bij de mogelijkheden van vandaag, en dat bepaalde doelen "vergeten" worden (bijvoorbeeld omdat het zelfbeeld nog onvoldoende is aangepast aan de situatie dat eens verworven vaardigheden opnieuw verworven moeten worden.) Het is de taak van de persoonlijk begeleider om in overleg met de client gezamenlijk te komen tot:
Nadat de persoonlijk begeleider en de client (eventueel tezamen met mensen uit het sociale netwerk) een keuze hebben gemaakt tussen de verschillende doelen, wordt er een werkplan opgesteld. In dat werkplan staan de strategieën vermeld die zullen worden gehanteerd om de gestelde doelen te bereiken. Ook de keuzes van strategieën zullen zo veel mogelijk in onderling overleg tussen de client en de persoonlijk begeleider vastgesteld worden. Naast de strategieën zullen ook het toetsingsmoment en de toetsingscriteria vastgesteld moeten worden.
Vervolgens zal het werkplan uitgevoerd moeten worden.
Na evaluatie van het werkplan kan:
Na ongeveer één jaar komt de derde fase aan de orde. In deze fase zal de client in overleg met zijn persoonlijk begeleider moeten bepalen wat het toekomstperspectief zal zijn: waar wordt in het verdere verloop van de training naar toe gewerkt. Een zéér belangrijke en ingrijpende beslissing, en dus een beslissing die niet lichtvaardig genomen mag worden.
Het is dan ook belangrijk dat de client zich bij het nemen van deze beslissing gesteund voelt, niet alleen door zijn persoonlijk begeleider maar ook, of in de eerste plaats, door belangrijke mensen uit zijn sociale netwerk (bijvoorbeeld ouders). Waar mogelijk (en tenzij de client daar bezwaar tegen maakt) zullen de voor de client belangrijkste mensen uit zijn sociale netwerk betrokken worden bij deze keuze.
Uiteindelijk zal de wens van de client centraal moeten staan bij de keuze. Maar ook de realiteit zal daarbij niet uit het oog verloren mogen worden. De persoonlijk begeleider en het team zullen alert moeten zijn op:
De wens van de client staat centraal. De inbreng van de persoonlijk begeleider zal er op gericht zijn de client zo veel mogelijk in staat te stellen die wens op een positieve maar realistische wijze te formuleren. (Het kan voorkomen dat een client onvoldoende in staat is de eigen toekomst op een realistische manier in te schatten. In het uiterste geval zal de persoonlijk begeleider dan bereid moeten zijn verantwoordelijkheid over te nemen.)
Na de beslissingsfase dient voor de client en voor het team helder te zijn welke toekomstperspectieven tot de mogelijkheden behoren.
Vervolgens zullen de client en de persoonlijk begeleider moeten bepalen welke stappen de client gedurende de laatste twee jaar van het trainingsproces nog zal moeten zetten om het gestelde doel te bereiken. (Doelstellingen en strategieën.) In deze fase wordt er heel gericht gewerkt naar de realisering van de gekozen doelstellingen. Ook daarbij zal het onderhouden of het versterken van het sociale netwerk een belangrijk aandachtspunt zijn.
Tenslotte zullen client en persoonlijk begeleider een realistische inschatting moeten maken van de ondersteuning die blijvend gegeven zal moeten worden, dus ook na afsluiting van het
trainingsproces. Immers, die blijvende ondersteuning heeft consequenties voor de toekomstige woonmogelijkheden.
Het belangrijkste middel in deze fase in:
de ondersteuningsplansystematiek van de Esdégé-Reigersdaal.
In deze systematiek komen achtereenvolgens aan de orde:
In deze fase wordt nog eens nauwkeurig gekeken naar de gekozen doelstelling en de resultaten van het trainingsprogramma: beschikt de client nu over de vaardigheden (praktische vaardigheden, sociale vaardigheden en psychische vaardigheden) om op een verantwoorde wijze de overstap te maken naar de gekozen vervolgsituatie.
Ook zal bekeken worden of het sociale netwerk klaar is voor de volgende stap. Indien nodig zal het sociale netwerk in deze fase extra ondersteuning krijgen van de coach. Vanuit deze controle richt de inhoud van de verder training zich op die punten die in het voorafgaande trainingstraject nog niet of onvoldoende tot resultaat geleid hebben.
Tenslotte wordt vastgesteld welke ondersteuning de client blijvend, dus ook in de nieuwe situatie zal moeten krijgen.
Eventueel kan blijken dat de in de beslissingsfase gestelde doelen niet gehaald worden. In dat geval zullen de doelen bijgesteld moeten worden, en zal er wellicht toch voor een andere vervolgsituatie gekozen moeten worden.
Doel van deze fase is: de overgang van de client naar de vervolgsituatie. Deze overgang zal goed gestructureerd en goed ondersteund moeten worden. Het betreft hier namelijk een zéér ingrijpende verandering in het leven van de client. Dat is voor iemand met een niet aangeboren hersenletsel een zware opgave.
Binnen een jaar na de overgang van een client naar de vervolgsituatie zal bekeken moeten worden:
Indien nodig zal er nazorg geboden moeten worden.
De verantwoordelijkheid voor de voortgang van het trainingsproces ligt in eerste instantie vanzelfsprekend bij de client. Maar net zo vanzelfsprekend is het, dat die client in dat trainingsproces ondersteund moet worden. Het is de verantwoordelijkheid van de persoonlijk begeleider van de client en van het gehele team, dat de client in een voldoende mate en op de juiste wijze ondersteund wordt in dat proces.
Belangrijk daarbij is dat de client greep krijgt en greep houdt op de voortgang van het trainingsproces. En dat ondanks eventuele cognitieve functiestoornissen als: geheugenproblematiek of een verminderd vermogen tot ordenen. Vandaar dat er binnen "de Mantelmeeuw" gewerkt wordt met
"het Logboek".
Iedere client ontvangt bij de start van de trainingsperiode een map: het persoonlijke logboek. In deze map vindt de client informatie over de voorziening, de interne afspraken en over de medewerkers. In deze map zullen de client en de persoonlijk begeleider samen het trainingsproces (in woord en beeld) vastleggen.
De verantwoordelijkheid voor de voortgang van het trainingsproces ligt dus bij de client, de persoonlijk begeleider en het team. Om de persoonlijk begeleiders en het team in staat te stellen die verantwoordelijkheid te dragen, zullen zij moeten kunnen rekenen op voldoende ondersteuning door: de coach, de gedragsdeskundige, externe deskundigen en het management (voldoende middelen).
Zoals aangegeven in de beschrijving van fase 1 van het trainingsmodel (de oriëntatiefase) is het sociale netwerk van groot belang voor de client. Vandaar dat binnen het trainingsproces veel aandacht besteed moet worden aan het sociale netwerk. Die aandacht zal moeten bestaan uit twee aspecten:
In de inleiding is al aan de orde gekomen dat tijdens de trainingsperiode ook de vraag aan de orde moet komen hoe de client moet komen tot een zinvolle dagbesteding. Dit onderdeel van het trainingsprogramma zal vorm gegeven en uitgevoerd moeten worden door de activiteitencentra "De Zilvermeeuw" en "De Stern". Echter, de twee onderdelen van het trainingsmodel mogen niet los van elkaar komen te staan. Om de effectiviteit van het gehele proces te optimaliseren is een grote mate van afstemming tussen woonvorm en activiteitencentra onontbeerlijk. Het streven is middels het indicatieproces bij de Centrale Indicatie Commissie van het Volim wonen en dagbesteding parallel te laten lopen.
In het trainingsproces zal de client een antwoord moeten vinden op de vraag: "Hoe nu verder?" Die vraag heeft zowel betrekking op de toekomstige woonsituatie als op de toekomstige dagbesteding. Daarom zal tijdens de intakeprocedure beide aspecten aan de orde moeten komen.
Met andere woorden: de kandidaat deelnemer zal gelijktijdig zowel voor de woonvorm als voor één van de activiteitencentra geïndiceerd en geplaatst moeten worden. Er zal derhalve sprake moeten zijn van een gezamenlijke intakeprocedure. Hoe die intakeprocedure in de praktijk vorm gegeven zal worden is onderwerp van overleg.
Wanneer de intakeprocedure is afgerond en de kandidaat is geïndiceerd, zal bekeken worden op welke wijze het trainingsproces t.a.v. de dagbesteding gestart zal moeten worden. Indien de mogelijkheden van de client dat toelaten zal er vanaf het eerste moment sprake zijn van een scheiding tussen wonen en dagbesteding. Verwacht mag worden dat dat in een aantal situaties niet de juiste oplossing zal zijn. Met name wanneer clienten grote moeite hebben met veranderingen (en de overstap van revalidatie naar trainingswonen is een grote verandering) zal voor een andere opzet gekozen moeten worden. Voor de hand ligt om in die situaties te kiezen voor wonen en dagbesteding op ‚‚n plek. Het scheiden van wonen en dagbesteding is dan de eerste doelstelling van het trainingsprogramma.
Het trainingsmodel dagbesteding zal net als het trainingsmodel wonen bestaan uit de zes in hoofdstuk 2 genoemde fasen. De voortgang van het trainingsproces hoeft niet gelijk te lopen. Wel is het noodzakelijk dat de medewerkers van beide voorzieningen op de hoogte zijn van elkaars activiteiten. Hierin spelen zowel de persoonlijk begeleider vanuit het activiteitencentrum als de woonvorm een belangrijke rol.
Afstemming moet plaatsvinden met als doel:
In het trainingsmodel zal aandacht besteed moeten worden aan de "medische" kant van het verhaal. Daarbij denken we vooral aan de volgende vier punten:
Dit project zal in samenwerking met de volgende organisatie worden uit gevoerd:
Woonvoorziening de Mantelmeeuw
Roze Flamingo 10 1704 WN HEERHUGOWAARD tel.: 072-5710075 Locatieverantwoordelijke: J. Groenhof Coach: M. v.d. Kerkhof
Actviteitencentrum De Zilvermeeuw Muiderwaard 238 1824 XV ALKMAAR tel.: 072-5670980 Locatieverantwoordelijke: A Hes
Activiteitencentrum De Stern Berkenweg 2 1741 VA SCHAGEN Tel.: 0224-212172 Locatieverantwoordelijke: A. Groot
Medisch Centrum Alkmaar Revalidatie Dr. C. de Kort, revalidatiearts Wilhelminalaan 12 1815 JD ALKMAAR Tel.: 072-5484444
Esdege-Reigersdaal Statedijk 1 1721 PK BROEK OP LANGEDIJK Tel.: 0226-332000 Sector Manager: L Brederveld
Redactie: Michel Kerkhof