Overzicht
Bij honderdvijftig profvoetballers van Nederlandse, Duitse en Zwitserse eredivisieclubs zal de komende vijf jaar onderzoek worden gedaan naar hersenletsel.


Een groep wetenschappers van de afdeling anatomie, sectie neurowetenschappen van de Erasmusuniversiteit gaan er mee aan de slag. Uit onderzoek van neuropsycholoog Erik Matser blijkt dat 27 procent van de amateurvoetballers en 45 procent van de profs (licht) hersenletsel oploopt tijdens het spel.

De Europese en wereldvoetbalbond (UEFA en FIFA) zullen het project financieel steunen. De bedoeling is internationale regels op te stellen die ook andere sporters, bijvoorbeeld ijshockeyers en rugbyers, moeten behoeden voor blijvend letsel. Vandaag begint een internationaal symposium over hersenletsel en voetbal aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam Neuropsycholoog Matser, een van de onderzoeksleiders en organisator van het congres, pleit al jaren voor betere neurologische begeleiding van voetballers. Eerder constateerde hij dat onder 53 spelers 54 procent een of meermalen een hersenschudding had gehad en 79 procent het hoofd meerdere malen botste tegen het hoofd van een andere speler of de doelpaal.

Bijna de helft leed aan mentale gebreken als geheugentekorten en planning. Uit recent onderzoek blijkt, Meldde Matser vanmiddag op het symposium, dat er verschil is tussen hersenletsel na een kopbal en letsel na een hersenschudding. Na een flinke kopbal, waarbij het hoofd van voor naar achter beweegt, krijgen de voorzijde en de slaapzijden van de hersens de grootste dreun. Een hersenschudding geeft vaak een diffuser beeld, het hele brein loopt een klap op. De combinatie van veel koppen en regelmatig een lichte hersenschudding zullen we nader gaan onderzoeken."

Volgens Matser wordt vaak te lichtvaardig omgesprongen met voetballers die na een kopbal, een hoofd-hoofdbotsing of een elleboogstoot even 'weg' zijn. ,,Ze krijgen een natte spons tegen hun hoofd, schudden de sterretjes voor hun ogen weg, en ze gaan door." Volgens Matser moeten voetballers veel beter worden getest en gecontroleerd en moeten er betere koptechnieken worden aangeleerd. ,,Als een speler zich duf voelt na een kopbal, moet hij een periode niet voetballen. Je wordt niet meteen knaldement," zegt Matser. ,,Maar als je heel vaak kopt, gaan al die kleine beschadigingen wel tellen. " Matser, zelf zwaargewicht bokser geweest: ,,Als ik een voetballer was, zou ik ook willen weten hoe ik mezelf moet beschermen." Gemiddeld kopt een verdediger meer dan duizend keer per seizoen, een middenvelder kopt rond de 500 ballen.

Over anderhalve week hoopt Matser te promoveren op zijn neuropsychologisch onderzoek onder voetballers.

uit NRC 23-6-00


Begin| Brainstorm | NAH | Organisaties | Aanpak | Literatuur | Links | Diversen