Chaosmodel

De tegenhanger van een deterministisch model is het probabilistische model (probabiliteit = waarschijnlijkheid). Men beschouwt hierbij het centraal zenuwstelsel als een soort 'chaos' van verbindingen.
Dit zenuwnetwerk produceert zogenaamde 'spontane neuronale activiteit' die statistisch fluctueert ('spontaan' wil zeggen bij afwezigheid van externe prikkels).

Men heeft aangetoond dat zenuwcellen tijdens de embryonale ontwikkeling onderlinge verbindingen aangaan, en vervolgens 'spontaan' elektrisch actief worden (zelfs bij een weefselkweek van neuronen treedt dit fenomeen op).
Deze eigenschap van 'spontane neuronale activiteit' blijft gedurende het hele verdere leven bestaan: ons zenuwstelsel heeft een soort basale wakkerheid, het zenuwstelsel 'pruttelt', het kind 'spartelt'.

Externe prikkels (sensorisch aanbod) kunnen deze basisactiviteit verhogen, het kind of dier beweegt meer. De aard van de respons is hier nauwelijks afhankelijk van de aard van de stimulus.
Het netwerk is dermate uitgebreid en ingewikkeld dat de relatie tussen input en output nagenoeg niet te voorspellen is. De output is hier niet, zoals hij het reflexmodel, afhankelijk van één factor, de stimulus, maar van vele factoren in en buiten het centrale zenuwstelsel.



Denk bijvoorbeeld aan een sterk ontremde, onhandelbare patiënt: er komt een nieuwe zuster ('stimulus'); hoe zal deze patiënt reageren? Kwaad of gelaten? Er is geen peil op te trekken. De reactie is nauwelijks te voorspellen.

Terug naar het overzicht zenuwstelsel modellen.