Reflexmodel (stimulus-respons)





Onze neurologie is grotendeels gebouwd op het reflexmodel: prikkels worden door zintuigen (sensoren) opgevangen, door het centrale zenuwstelsel verwerkt en door spieren in reacties omgezet. Soms is zo'n reflexmodel wel bruikbaar, bijvoorbeeld als men de hand terugtrekt wanneer men zich brandt, of bij een patiënt die steeds last van pijnlijke krampen krijgt hij een volle blaas. Het model schier echter vaak tekort.
Gedrag is lang niet altijd op een eenvoudige manier terug te voeren op een 'uitlokkende prikkel'. Reeds eerder zagen we dat de behaviorist spreekt over respons terwijl het maar de vraag is of er wel een stimulus was. Het reflexmodel is eigenlijk een deterministisch model, dat wil zeggen dat de prikkel bepalend is voor een min of meer stereotiepe reactie.

Beziet men de leerboeken neurofysiologie dan bemerkt men al gauw dat onevenredig veel aandacht wordt gegeven aan onderwerpen waar veel over bekend is: contractiemechanisme, zenuwcellen, zintuigen enzovoort.
Vergelijk dit bijvoorbeeld met de hoeveelheid informatie over de hersenschors, of over het corpus callosum (de grootste verbinding in de hersenen), dan komen deze er meestal bekaaid af.

In het dagelijks leven zijn reflexen voortdurend, maar 'onzichtbaar' aanwezig. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat we niet omvallen, of dat we niet zomaar iets uit onze handen laten vallen. Na letsels van hersenen, ruggemerg of zenuwen treden er kenmerkende veranderingen op in het reflexpatroon, die van belang zijn voor de neurologische diagnostiek.

Terug naar het overzicht zenuwstelsel modellen.