Sensomotorische cirkel

De 'bouwstenen' van dit model zijn dezelfde als die van het hiërarchische model. Nu ligt echter de nadruk op het feit dat iedere beweging zijn zintuiglijke gevolgen heeft.

De reflexboog wordt 'gesloten' tot een cirkel. Iedere beweging heeft zijn sensorische gevolgen: men hoort zichzelf spreken of zingen, men voelt de voetstap, men ziet de weggegooide bal enzovoort. Men spreekt van re-affirentie: afferente (aanvoerende) informatie die het gevolg is van de eigen beweging (in tegenstelling tot 'ex-afferentie': prikkels die uit de omgeving afkomstig zijn, en niet het gevolg zijn van de eigen beweging).
Gaat het bij het reflexmodel om een re-actie op een stimulus, hier veroorzaakt de actie een soort re-stimulus (re-afferentie).

Dit model is van groot belang om motorische leerprocessen te begrijpen: het succes van een beweging wordt afgemeten aan de re-afferentie. De violist zet zijn vingers op de snaren op geleide van de tonen die hij hoort (vals of zuiver); de tennisser wijzigt zijn slag naar aanleiding van het resultaat van de vorige slag (in, uit of net).

Klinische toepassingen van dit model liggen vooral op het gebied van de revalidatie. Een CVA-patiënt moet als het ware opnieuw leren macht te krijgen over een spastische arm, dat wil zeggen de patiënt probeert via oefening de relatie te leren kennen tussen uitgestuurde opdrachtsignalen en de sensorische gevolgen daarvan.
Zo ook zal een patiënt met sensibele stoornissen van een hand moeten leren deze hand toch zinvol te gebruiken op geleide van visuele~ feedback-informatie.

Terug naar het overzicht zenuwstelsel modellen.